ECLI:NL:RBROT:2007:BB9549
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing tot niet verstrekken van inbeslaggenomen stukken aan officier van justitie wegens belangenafweging
Op 29 maart 2007 heeft de rechter-commissaris op grond van art. 98 Sv Pro in het kantoor van de verdachte een doorzoeking verricht en diverse stukken in beslag genomen. Deze stukken werden in bewaring gehouden door de rechter-commissaris. Op 11 juni 2007 besloot de rechter-commissaris de stukken op 26 juni 2007 aan de officier van justitie ter beschikking te stellen, tenzij de verdachte voor die datum een klaagschrift zou indienen. De verdachte diende op 25 juni 2007 een klaagschrift in, dat op 4 oktober 2007 ongegrond werd verklaard door de raadkamer.
De raadsvrouwe van de verdachte verzocht vervolgens om de beslissing op het nog in te stellen cassatieberoep af te wachten alvorens de stukken te verstrekken. De officier van justitie gaf aan dat het onderzoeksbelang zwaarder weegt en dat de stukken verstrekt moeten worden. De rechter-commissaris heeft vervolgens een belangenafweging gemaakt tussen het belang van de verdachte en het onderzoeksbelang van de officier van justitie.
De rechter-commissaris oordeelde dat het belang van de verdachte, met name het onomkeerbare karakter van de verstrekking van de stukken en het verschoningsrecht, zwaarder weegt dan het onderzoeksbelang, dat slechts een opschorting van zes maanden betrof zonder concreet nader onderzoeksbelang. Daarom blijven de stukken voorlopig onder beheer van de rechter-commissaris en worden ze niet aan de officier van justitie verstrekt.
Uitkomst: De stukken worden voorlopig niet aan de officier van justitie verstrekt vanwege het zwaardere belang van de verdachte.