ECLI:NL:RBROT:2007:BB9622
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- J.V.M. Los
- Rechtspraak.nl
Werknemer vordert salarisbetaling na weigering andere functie wegens vermeend disfunctioneren
Een werknemer, sinds 2000 in dienst bij Rhiwa B.V., werd wegens vermeend disfunctioneren gevraagd een andere functie te aanvaarden binnen de organisatie. Na weigering van deze functie stopte de werkgever met het betalen van salaris. De werknemer vorderde in kort geding betaling van salaris en toelating tot zijn oorspronkelijke werkzaamheden.
De rechtbank oordeelde dat het disfunctioneren niet voldoende was aangetoond en dat het voorstel van de werkgever om een andere functie te aanvaarden niet redelijk was. Daarom was het niet gerechtvaardigd om het salaris stop te zetten. De loonvordering werd toegewezen vanaf 1 mei 2007, verminderd met ontvangen ziekengeld.
De vordering tot toelating tot de oorspronkelijke functie in de Automotive-branche werd afgewezen, omdat de werkgever in het belang van de onderneming had gehandeld en de rechter terughoudend is met het terugdraaien van dergelijke beslissingen in kort geding.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het salaris vanaf 1 mei 2007, verminderd met ziekengeld, en in de proceskosten; de vordering tot toelating tot werkzaamheden wordt afgewezen.