ECLI:NL:RBROT:2007:BB9638
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.V.M. Los
- Rechtspraak.nl
Betaling achterstallig loon na weigering overplaatsing wegens onredelijke reistijd en werktijdverkorting
Een werkneemster, werkzaam als schoonmaakster bij CSU, vordert betaling van achterstallig loon nadat zij loonstop kreeg wegens weigering van overplaatsing naar andere werklocaties. De werkgever had de werkneemster berispt vanwege conflicten over koffiepauzes en haar gedrag bij de opdrachtgever Blijhof, waarna de opdrachtgever niet wenste dat zij daar nog werkte. CSU bood haar twee andere locaties aan, maar de werkneemster weigerde vanwege de reistijd, onbereikbaarheid met openbaar vervoer op werktijdbegin en vermindering van werktijd.
De rechtbank stelt vast dat de reistijd naar een van de locaties de in de CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf gestelde grens van 45 minuten met openbaar vervoer wordt overschreden en dat de andere locatie niet bereikbaar is met openbaar vervoer op het tijdstip van aanvang van de werkdag. Tevens is de aangeboden werktijd twee uur per week minder dan contractueel overeengekomen.
De rechtbank oordeelt dat de werkgever onvoldoende rekening heeft gehouden met deze omstandigheden en dat het voorstel tot overplaatsing niet redelijk is. De werkneemster mocht het voorstel weigeren zonder dat dit haar verwijtbaar is. De werkgever is daarom gehouden tot betaling van het loon vanaf 26 februari 2006 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt. Tevens wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van wettelijke verhoging en rente en proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en wettelijke verhoging wegens onredelijke overplaatsing.