ECLI:NL:RBROT:2007:BB9642
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.V.M. Los
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende bewijs dringende reden
Een werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werkneemster op grond van dringende redenen, omdat zij zonder toestemming werknemers van een uitzendbureau had ingeleend waarvan zij eerder directeur was. De werkneemster was tijdens de periode van vermeende inlening arbeidsongeschikt. De werkgever baseerde zich op verklaringen van getuigen en een rapport van een bedrijfsrecherche.
De werkneemster betwistte de beschuldigingen en ontkende betrokkenheid bij het uitzendbureau. Zij stelde dat zij niet bevoegd was zelfstandig uitzendkrachten in te huren en dat de handtekeningen op inschrijvingsformulieren niet van haar waren. Het rapport van de bedrijfsrecherche en de verklaringen van getuigen waren niet ondertekend en niet ter goedkeuring voorgelegd aan de werkneemster.
De kantonrechter oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om het verwijt van de werkgever te staven. Er was geen duidelijke erkenning van de feiten door de werkneemster en de getuigenverklaringen waren onvoldoende betrouwbaar. Ook was er geen sprake van een zodanige verandering in omstandigheden die ontbinding rechtvaardigde.
Daarom wees de rechtbank het ontbindingsverzoek af en veroordeelde de werkgever tot betaling van de proceskosten van de werkneemster. De arbeidsovereenkomst bleef van kracht.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.