ECLI:NL:RBROT:2007:BB9792
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding na arbeidsongeval met dwarslaesie en discussie over omvang materiële en immateriële schade
Eiser is door een arbeidsongeval ernstig verlamd geraakt en volledig arbeidsongeschikt. Hij en zijn echtgenote vorderen schadevergoeding van de werkgever voor materiële schade, verzorging, vervoer en immateriële schade. De werkgever erkent aansprakelijkheid en heeft reeds een deel van de schade vergoed, maar partijen verschillen over de omvang van de resterende schade en de ontvankelijkheid van de vorderingen van de echtgenote en kinderen.
De kantonrechter oordeelt dat de vorderingen van de echtgenote en kinderen wegens immateriële schade niet toewijsbaar zijn, omdat affectieschade en shockschade niet zijn bewezen en wettelijk nog niet voor vergoeding in aanmerking komen. De materiële schade van eiser, waaronder de arbeidsvermogensschade en de kosten van verzorging, wordt als onvoldoende onderbouwd beschouwd en dient nader te worden onderzocht.
Ook de vraag of de verzorging door de echtgenote voor vergoeding in aanmerking komt, wordt bevestigd, waarbij de kantonrechter stelt dat deze zorg onmisbaar is en niet mag leiden tot een onredelijke beperking van haar ontwikkeling. De zaak wordt verwezen voor verdere conclusies en nader onderzoek, met toestemming voor hoger beroep.
Uitkomst: Vordering immateriële schade van echtgenote en kinderen afgewezen; materiële schade en verzorgingskosten nader te onderzoeken; hoger beroep toegestaan.