ECLI:NL:RBROT:2007:BC1154
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onttrekking procureur en gevolgen voor bewijslevering in civiele procedure
In deze civiele procedure tussen Het Gouden Pand c.s. en gedaagde heeft de rechtbank Rotterdam kennisgenomen van de onttrekking van de procureur van gedaagde. De toenmalige procureur heeft niet aangegeven of gedaagde is geïnformeerd over de consequenties van deze onttrekking, hetgeen volgens artikel 8.1 van het Landelijk Rolreglement verplicht is.
De rechtbank benadrukt dat het ontbreken van een procureur kan leiden tot het uitgaan van de juistheid van de stellingen van Het Gouden Pand c.s., omdat bewijslevering door gedaagde niet meer mogelijk is. Daarom wordt de zaak opnieuw op de rol geplaatst om gedaagde de kans te geven een nieuwe procureur te benoemen.
Indien geen nieuwe procureur wordt gesteld, zal de rechtbank vonnis wijzen op basis van het ontbreken van proceshandelingen van gedaagde. Bij aanstelling van een nieuwe procureur wordt deze verzocht zich uit te laten over de bewijslevering, waaronder het horen van getuigen en de planning daarvan.
De rechtbank wijst verder op eerdere processtukken en tussenvonnissen, waaronder de opdracht aan gedaagde om te bewijzen dat de borgstellingsovereenkomst onder dwang of misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 16 januari 2008 voor verdere behandeling.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 16 januari 2008 om gedaagde in de gelegenheid te stellen een nieuwe procureur te benoemen.