ECLI:NL:RBROT:2007:BC1257
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij verzet tegen gemeentelijk dwangbevel
In deze zaak heeft eiser verzet aangetekend tegen een dwangbevel van de gemeente Rotterdam, dat betrekking heeft op de kosten van ontmanteling van een hennepkwekerij in een pand waar eiser woonruimte huurde. De gemeente had bestuursdwang toegepast en de kosten daarvan via een dwangbevel op eiser verhaald. Eiser betwistte aanvankelijk de hoogte van het bedrag, maar erkende later de hoogte en stelde dat hij niet verantwoordelijk was omdat derden de hennepkwekerij hadden ingericht. Hij voerde ook aan dat de gemeente niet zorgvuldig had gehandeld en dat bijzondere omstandigheden zoals zijn medische situatie en financiële positie in aanmerking genomen hadden moeten worden.
De gemeente voerde aan dat de kantonrechter niet bevoegd was om van het verzet kennis te nemen, omdat het dwangbevel gebaseerd is op een bestuursbesluit met formele rechtskracht waartegen geen bezwaar was gemaakt. De rechtmatigheid van het bestuursdwangbesluit kan daarom niet in deze procedure worden beoordeeld. De gemeente stelde dat eiser als huurder verantwoordelijk was en dat zijn financiële situatie niet relevant was.
De kantonrechter heeft vervolgens beoordeeld of hij bevoegd was om van het verzet kennis te nemen. Gelet op een arrest van de Hoge Raad uit 1987 over een vergelijkbare situatie met een waterschap, oordeelde hij dat de rechtbank bevoegd is, maar niet de kantonrechter. Dit arrest is ook van toepassing op gemeentelijke dwangbevelen. Daarom verklaarde de kantonrechter zich onbevoegd en verwees de zaak naar de sector civiel van de rechtbank Rotterdam om daar verder behandeld te worden.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de sector civiel van de rechtbank Rotterdam.