ECLI:NL:RBROT:2007:BC1285
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- J.C. Nouwt
- Rechtspraak.nl
Werkgever blijft verplicht tot loonbetaling na overdracht dochteronderneming
Eiser was gedetacheerd bij een dochteronderneming van DHB Bank, die per 1 augustus 2007 werd verkocht aan een derde partij. DHB Bank stopte daarop met salarisbetaling en meldde eiser uit dienst. Eiser vordert loonbetaling en toelating tot werk op grond van voortzetting arbeidsovereenkomst met DHB Bank.
De kantonrechter stelt vast dat de arbeidsovereenkomst tussen eiser en DHB Bank bleef bestaan na overdracht, omdat eiser niet overging naar de nieuwe partij en zijn werkzaamheden deels betrekking hadden op exclusieve producten van DHB Bank. De functie bij DHB Bank was bovendien niet vacant, waardoor wedertewerkstelling niet praktisch mogelijk was.
DHB Bank wordt veroordeeld het achterstallige salaris en het contractueel overeengekomen salaris door te betalen, inclusief wettelijke rente en een beperkte wettelijke verhoging. De vordering tot toelating tot werkzaamheden wordt afgewezen wegens praktische bezwaren. De proceskosten worden aan DHB Bank opgelegd.
Uitkomst: DHB Bank is verplicht het salaris door te betalen tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar hoeft eiser niet toe te laten tot werkzaamheden.