ECLI:NL:RBROT:2007:BC1918
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Schorsing intrekking bijstandsuitkering wegens onrechtmatig huisbezoek
Verzoekster ontving vanaf april 2007 een bijstandsuitkering die door het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht per september 2007 werd ingetrokken vanwege vermeende gezamenlijke huishouding met een derde. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het huisbezoek, dat zonder toestemming en zonder voldoende objectieve aanwijzingen plaatsvond, een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vormde. De toestemming van verzoekster was niet gebaseerd op volledige en juiste informatie, waardoor geen sprake was van 'informed consent'.
Omdat het huisbezoek niet proportioneel en niet noodzakelijk was en de gegevens daardoor onrechtmatig verkregen zijn, moesten deze buiten beschouwing worden gelaten. Er was geen ander bewijs dat de inlichtingenplicht was geschonden. Daarom berustte het besluit tot intrekking op onvoldoende motivering.
De voorzieningenrechter schorst het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar, waardoor het recht op bijstand herleeft. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt geschorst wegens onrechtmatig verkregen bewijs.