ECLI:NL:RBROT:2007:BC1945
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Berekening bonus bij tussentijdse beëindiging arbeidsovereenkomst
Eiseres was sinds 1 januari 2005 in dienst bij gedaagde en heeft haar arbeidsovereenkomst per 1 september 2006 opgezegd. Partijen verschillen van mening over de berekening van de bonus over 2006, die gebaseerd is op omzet en een drempel van twee keer het bruto jaarsalaris inclusief werkgeverslasten. Gedaagde hanteert een volledige jaardrempel, terwijl eiseres stelt dat de drempel pro rata moet worden toegepast omdat zij slechts acht maanden in dienst was.
De kantonrechter stelt vast dat de bonusregeling volgens het Haviltex-criterium moet worden uitgelegd aan de hand van de redelijkheid en billijkheid en de verwachtingen van partijen. Gelet op de omstandigheden, waaronder de pensioenopgave en het gebruik in het arbeidsrecht, is de bonusdrempel bij tussentijdige beëindiging pro rata toe te passen. Gedaagde heeft nagelaten dit anderszins schriftelijk en mondeling vast te leggen.
De kantonrechter wijst de vordering van eiseres toe tot betaling van € 6.832,32 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 april 2007. De vordering tot buitengerechtelijke kosten wordt gedeeltelijk toegewezen tot een redelijk bedrag van € 833 inclusief BTW. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de pro rata berekende bonus met rente en proceskosten.