ECLI:NL:RBROT:2007:BI1678
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevel tot afgifte verlof tot begraving en verbod op wijziging tot crematie na overlijden met geschil over lijkbezorging
Na het plotselinge overlijden van de overledene ontstond een geschil tussen haar ex-echtgenoot en haar moeder over de wijze van lijkbezorging: crematie of begraving. De overledene had een wilsbeschikking waarin stond dat zij gecremeerd wilde worden, maar de echtheid hiervan werd betwist. De officier van justitie nam het lichaam in beslag voor sectie en liet een voorlopig onderzoek uitvoeren, waarna geen aanleiding was tot verder onderzoek naar een onnatuurlijke dood.
De moeder van de overledene vorderde in kort geding dat de officier van justitie het verlof tot crematie niet zou verlenen zolang haar contra-expertise niet was uitgevoerd. De officier van justitie had inmiddels een verlof tot begraving afgegeven, maar wilde dit later mogelijk wijzigen naar crematie, afhankelijk van het onderzoek naar de echtheid van de wilsbeschikking.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de officier van justitie een ruime beoordelingsvrijheid heeft, maar dat in dit geval rekening gehouden moet worden met het belang van de moeder en het lopende onderzoek. Daarom werd de officier van justitie gelast het verlof tot begraving af te geven en werd het verboden dit verlof te wijzigen in een verlof tot crematie tot 1 mei 2007, tenzij op verzoek van een belanghebbende en na het onderzoek naar de valsheid in geschrifte. De kosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De officier van justitie wordt gelast het verlof tot begraving af te geven en het verlof tot crematie te verbieden tot 1 mei 2007.