ECLI:NL:RBROT:2007:BO6020
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.L. van Zetten
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijke geschil over voortzetting arbeidsovereenkomst en schadevergoeding na verkeersongeval taxichauffeur
Een taxichauffeur was sinds september 2004 in dienst bij een taxibedrijf en raakte in augustus 2006 betrokken bij een verkeersongeval tijdens werktijd, waarbij zijn taxi total loss raakte. Na het ongeval ontstond onenigheid over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst; de werknemer stelt dat hij niet zelf ontslag heeft genomen en vordert voortzetting van het dienstverband en betaling van achterstallig loon, vakantiegeld en niet opgenomen verlofuren.
De werkgever betwist dit en stelt dat de werknemer bewust roekeloos heeft gehandeld, waardoor het ongeval is veroorzaakt, en vordert schadevergoeding voor de taxi. De werknemer ontkent bewuste roekeloosheid en stelt dat hij niet aansprakelijk is. De kantonrechter constateert dat het verkeersongeval tijdens de uitvoering van werkzaamheden plaatsvond en dat de werkgever in principe aansprakelijk is, tenzij sprake is van bewuste roekeloosheid door de werknemer.
Uit de stukken blijkt dat de werknemer mogelijk door rood licht is gereden en een tram heeft genegeerd, maar de kantonrechter oordeelt dat niet is vastgesteld dat de werknemer zich bewust was van roekeloos gedrag. De kantonrechter wijst de tegenvordering af en gelast een comparitie om de authenticiteit van de ontslagbrief te onderzoeken en een minnelijke regeling te beproeven. De vordering tot schadevergoeding van de werknemer wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van schending van zorgplicht door de werkgever.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de tegenvordering af, gelast een comparitie en veroordeelt de werkgever in de proceskosten.