ECLI:NL:RBROT:2008:BC4111
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Betalingen in weerwil van derdenbeslag en de werking van faillissementswet en procesrechtelijke bepalingen
Technische Unie legde conservatoir derdenbeslag op gelden die Imtech aan Van der Sluis verschuldigd was. Imtech betaalde na datum beslaglegging bedragen aan Van der Sluis, die vervolgens failliet werd verklaard. Technische Unie vorderde betaling van deze bedragen van Imtech, stellende dat de betalingen in weerwil van het beslag waren gedaan en derhalve relatief nietig waren.
De rechtbank overwoog dat het faillissement van Van der Sluis het gehele vermogen omvatte en dat alle gerechtelijke tenuitvoerlegging op het vermogen vóór faillissement onmiddellijk eindigt, waardoor het beslag verviel. De betalingen door Imtech aan Van der Sluis na beslaglegging en vóór faillissement leidden ertoe dat de vordering van Van der Sluis op Imtech tenietging en daardoor niet meer tot het faillissement behoorde.
Verder stelde de rechtbank vast dat Technische Unie geen executoriale titel had om betaling van Imtech af te dwingen op grond van artikel 477a Rv juncto 475h lid 1 Rv. De betalingsverplichting van de derde-beslagene (Imtech) ontstaat pas in de executoriale fase, die hier niet was bereikt. Ook het beroep op onrechtmatige daad faalde omdat de wetgever met artikel 475h lid 1 Rv juist beschermt dat betalingen in weerwil van het beslag niet tegen de beslaglegger kunnen worden ingeroepen, maar daaruit volgt niet dat de betaler onrechtmatig handelt.
De vordering van Technische Unie werd daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Imtech.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Technische Unie af wegens het ontbreken van een executoriale titel en veroordeelt haar in de proceskosten.