ECLI:NL:RBROT:2008:BC4119
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot overlegging bescheiden in verzekeringsrechtelijke procedure
In deze civiele procedure vordert eiser dat Amev en Crawford diverse bescheiden overleggen die volgens eiser als bewijsmiddelen dienen in een verzekeringsgeschil. De rechtbank beoordeelt de vorderingen afzonderlijk en wijst de vordering tegen Crawford af vanwege eerdere beslissingen en procedurele beperkingen.
Ten aanzien van Amev wijst de rechtbank een groot deel van de gevorderde stukken af, omdat deze betrekking hebben op rechtsbetrekkingen waarbij eiser of zijn rechtsvoorgangers geen partij zijn, of omdat de stukken onvoldoende specifiek zijn omschreven. Een aantal stukken is reeds overgelegd of onvoldoende onderbouwd in het belang van eiser.
De rechtbank overweegt dat artikel 843a Rv in beginsel geen grondslag biedt voor het vorderen van bescheiden van derden, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van verloren bewijsmiddelen onder artikel 843b Rv.
De vordering wordt derhalve afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De procedure wordt verwezen naar een rolzitting voor het nemen van een conclusie na enquête door eiser, waarop Amev zal antwoorden. Crawford hoeft niet te antwoorden vanwege de eerdere afwijzing van de vordering tegen haar.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot overlegging van bescheiden grotendeels af en veroordeelt eiser in de proceskosten.