ECLI:NL:RBROT:2008:BC4164
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Zelm van Eldik
- Rechtspraak.nl
Geschil over internationale distributie en afrekening van FCOJ tussen Paraná en Crossports
In deze zaak staat een geschil centraal tussen Paraná en Crossports over contracten inzake de verkoop en distributie van frozen concentrated orange juice (FCOJ) uit Brazilië. Paraná vordert betaling van een bedrag van ruim vijf miljoen USD en inzicht in de financiële afwikkeling van de oogsten 1999/2000 en 2000/2001. Crossports betwist deze vorderingen en stelt dat Paraná tekort is geschoten in haar leveringsverplichtingen, waardoor zij zelf schade heeft geleden en een tegenvordering instelt.
De rechtbank analyseert de contracten, die elementen van koop in consignatie en commissie bevatten, en bepaalt dat het toepasselijke recht dat van de Britse Maagdeneilanden is. De leveringsovereenkomst van 11 augustus 2000, die een aangepast leveringsschema bevat, is van belang voor de beoordeling van de wanprestatie. De rechtbank oordeelt dat Paraná onterecht leveringen heeft opgeschort en daarmee tekort is geschoten.
De rechtbank wijst de provisionele vorderingen van Paraná af omdat onvoldoende aannemelijk is dat zij een netto vordering heeft op Crossports, mede gelet op de tegenvorderingen en het opschortingsrecht van Crossports. Ook is onvoldoende duidelijkheid over de gevorderde inzage in documenten en financiële informatie. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling, waarbij nader onderzoek en deskundigenonderzoek noodzakelijk zijn.
Uitkomst: De rechtbank wijst de provisionele vorderingen van Paraná af en verwijst de zaak naar de rol voor verdere behandeling.