ECLI:NL:RBROT:2008:BC4272
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering materiële schade na faillissement en afwijzing immateriële schadevergoeding na verkeersongeval
Op 21 maart 2003 vond een verkeersongeval plaats op de Beukelsdijk te Rotterdam tussen een taxi bestuurd door gedaagde sub 1 en een personenauto van eiseres. Eiseres stelde dat gedaagde sub 1 en diens verzekeraar aansprakelijk waren voor de schade op grond van onrechtmatige daad en de Wet aansprakelijkheid Motorrijtuigen.
Eiseres was op het moment van dagvaarding failliet verklaard, waardoor de rechtbank haar vordering tot materiële schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaarde omdat dergelijke vorderingen door de curator moeten worden ingesteld. De vordering tot immateriële schadevergoeding (smartengeld) werd als hoogstpersoonlijk aangemerkt en was daardoor niet aan het faillissement onderworpen, zodat eiseres daarin ontvankelijk was.
De rechtbank beoordeelde het bewijs omtrent de snelheid van gedaagde sub 1 en diens handelen ter voorkoming van het ongeval. Getuigenverklaringen van eiseres en enkele getuigen werden als ongeloofwaardig verworpen, mede door tegenstrijdige verklaringen van politieagenten en het ontbreken van melding van deze getuigen in het politierapport. De verklaring van eiseres was onvoldoende concreet en werd niet ondersteund door ander bewijs.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet had bewezen dat gedaagde sub 1 onzorgvuldig had gehandeld of met te hoge snelheid het kruispunt naderde. De vordering tot immateriële schadevergoeding werd daarom afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde sub 1 en diens verzekeraar.
Uitkomst: Eiseres is niet-ontvankelijk in materiële schadevergoeding en immateriële schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.