ECLI:NL:RBROT:2008:BC4507
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen voetnoot in vergunning AFM
Eiseres diende bezwaar in tegen een voetnoot in een vergunning verleend door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) op grond van artikel 2:80 van Pro de Wet op het financieel toezicht. Deze voetnoot verwees naar de verplichting om voor 1 oktober 2007 aanvullende diploma’s te behalen. Verweerster verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de voetnoot geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk anders en stelde dat het bezwaar tevens een primair verzoek om ontheffing van deskundigheidseisen inhield, waardoor het bezwaar als zodanig behandeld moest worden. Verweerster kwam hiertegen in verzet. Tijdens de zitting bevestigde eiseres dat het bezwaar zich uitsluitend richtte op de inhoud van de voetnoot en geen ontheffingsverzoek inhield.
De rechtbank concludeerde dat de voetnoot louter informatief is en geen besluit vormt. Bovendien kon uit het bezwaar geen impliciet verzoek om ontheffing worden afgeleid. Gezien de actieve deelname van eiseres aan het handelsverkeer mocht van haar worden verwacht dat een dergelijk verzoek expliciet zou worden geformuleerd. Het verzet van verweerster werd gegrond verklaard en het beroep van eiseres ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.