ECLI:NL:RBROT:2008:BC4847
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag politieambtenaar wegens bewust onjuist opmaken processen-verbaal
Eiser, een politieambtenaar, kreeg op 21 maart 2006 onvoorwaardelijk ontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim, namelijk het bewust onjuist opmaken van processen-verbaal van aangiften diefstal. Hij had in twee processen-verbaal de datum van aangifte gewijzigd van 14 februari 2004 naar 7 februari 2004 en vermeld dat de aangevers in persoon voor hem waren verschenen, terwijl dit niet het geval was.
Eiser voerde aan dat hij slechts onachtzaam was en dat het ontslag niet evenredig was. Tevens stelde hij dat verweerder niet onbevangen was geweest en dat de feiten onvoldoende waren vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat verweerder zorgvuldig had gehandeld en dat het verwijt van oplichting van een verzekeringsmaatschappij was laten vallen, wat geen vooringenomenheid betekende.
De rechtbank stelde vast dat eiser doelbewust de datum en de vermelding van persoonlijke verschijning had aangepast in het geautomatiseerde aangiftesysteem, wat een actieve handeling vereiste. De verklaring van eiser dat dit per ongeluk was gebeurd, werd niet geloofd. Gezien de bijzondere bewijskracht van processen-verbaal en de ernst van het plichtsverzuim, was het onvoorwaardelijke ontslag evenredig.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser werd niet in de proceskosten veroordeeld. De uitspraak werd gedaan op 20 februari 2008 door de rechtbank Rotterdam, sector bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het onvoorwaardelijk disciplinaire ontslag is ongegrond verklaard.