ECLI:NL:RBROT:2008:BC5192
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot omzetting voorlopige surseance in faillissement en schuldsaneringsregeling afgewezen
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot omzetting van voorlopige surseance van betaling in faillissement voor een vennootschap onder firma (vof) en haar vennoten. De vof exploiteerde een sauna en thermale baden, maar werd geconfronteerd met een sluiting door de burgemeester vanwege legionellabesmetting, waardoor de financiële situatie verslechterde. De bewindvoerder verzocht om intrekking van de voorlopige surseance en faillissement uit te spreken wegens onbetaalde salarissen en een aanzienlijke schuld aan de fiscus.
De vennoten verzochten tegelijkertijd om toepassing van de schuldsaneringsregeling, maar de rechtbank stelde vast dat het verzoek niet voldeed aan de wettelijke criteria en onvoldoende aannemelijk was dat zij te goeder trouw waren of aan de verplichtingen zouden voldoen. De rechtbank weigerde het verzoek tot uitstel om nadere stukken aan te leveren, vanwege het belang van de schuldeisers en het personeel.
De rechtbank besloot de voorlopige surseance van betaling in te trekken en faillissement uit te spreken over de vof en haar vennoten. De rechter-commissaris en curator werden benoemd, en de curator kreeg de bevoegdheid tot het openen van post gericht aan de gefailleerden. De rechtbank overwoog tevens dat een toekomstig verzoek tot omzetting van faillissement in schuldsanering niet bij voorbaat kansloos is, maar dat de omstandigheden en de gewijzigde toelatingscriteria een zorgvuldige voorbereiding vereisen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot intrekking van de voorlopige surseance onder schuldsanering af en spreekt faillissement uit over de vof en haar vennoten.