ECLI:NL:RBROT:2008:BC5345
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Concurrentiebeding niet afdwingbaar bij rechtsgeldige opzegging en gebondenheid aan geheimhoudingsbeding niet geschonden
In deze zaak stond centraal de vraag of een werknemer, die een concurrentiebeding had laten vervallen en een nieuwe arbeidsovereenkomst bij een concurrerend bedrijf had gesloten, gehouden was zich aan het concurrentiebeding te houden. De werknemer had tijdig opgezegd en was reeds gebonden aan een geheimhoudingsbeding. De werkgever probeerde de werknemer te bewegen zijn ontslag in te trekken met een salarisverhoging en laptop, terwijl zij wist dat de werknemer zich al aan een nieuwe werkgever had verbonden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het concurrentiebeding niet meer van toepassing was omdat het was geschrapt uit de arbeidsovereenkomst. Tevens was het niet onrechtmatig dat de werknemer bij de nieuwe werkgever in dienst trad, ook al verrichtte hij soortgelijke werkzaamheden en bediende hij mogelijk dezelfde klanten. Er waren onvoldoende bijzondere omstandigheden die een verbod op concurrentie rechtvaardigden.
De vorderingen van de werkgever tegen de werknemer en diens nieuwe werkgever werden afgewezen. De werknemer vorderde in reconventie betaling van niet genoten vakantiedagen en achterstallig vakantiegeld, welke vordering werd toegewezen, zij het zonder wettelijke verhoging vanwege de bijzondere omstandigheden.
De rechtbank veroordeelde de werkgever in de proceskosten en wees de overige vorderingen af. De uitspraak benadrukt het belang van goede werkgeverschap en het recht van werknemers op vrije arbeidskeuze, mits geen bijzondere omstandigheden tot het tegendeel leiden.
Uitkomst: Vordering werkgever tot handhaving concurrentiebeding en schadevergoeding wordt afgewezen; werknemer krijgt betaling vakantiedagen en vakantiegeld toegewezen.