ECLI:NL:RBROT:2008:BC5394
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsverdeling en bewijslast in brandverzekering bij vermeende nalatigheid verzekerde
In deze civiele procedure staat centraal of verzekeraars kunnen aantonen dat de brand is veroorzaakt door merkelijke schuld of nalatigheid van de verzekerde, hetgeen bepalend is voor hun aansprakelijkheid onder de brandverzekering.
Eisers hebben het strafdossier van de overledene in eerste en tweede aanleg in het geding gebracht, maar niet het volledige dossier kunnen overleggen ondanks hun inspanningen. Verzekeraars betogen dat hierdoor de bewijslast omgekeerd moet worden, maar de rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is omdat het ontbreken van stukken niet te wijten is aan de eisers.
De rechtbank stelt vast dat verzekeraars onvoldoende onderzoek naar de brandoorzaak hebben gedaan en zich enkel baseren op het technische rechercherapport, dat geen bewijs levert voor brandstichting door de overledene. De rechtbank draagt verzekeraars op het bewijs te leveren dat de brand door merkelijke schuld of nalatigheid van de verzekerde is ontstaan en bepaalt nadere procedurele stappen voor het horen van getuigen.
Tot slot houdt de rechtbank verdere beslissing aan totdat het bewijs is geleverd en beoordeeld.
Uitkomst: De rechtbank draagt verzekeraars op het bewijs te leveren dat de brand door merkelijke schuld of nalatigheid van de verzekerde is ontstaan en houdt verdere beslissing aan.