ECLI:NL:RBROT:2008:BC5560
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.H. Hamburger
- H. van den Heuvel
- J. van den Bos
- Rechtspraak.nl
Weigering werkloosheidsuitkering wegens verwijtbaar disciplinair ontslag arrestantenverzorger
Eiser, een arrestantenverzorger, werd op 24 april 2006 ontslagen wegens disciplinaire redenen nadat tijdens een controle in het cellencomplex een som geld van een arrestant was verdwenen. Uit onderzoek door het Bureau Interne Zaken en een bekentenis van eiser bleek aannemelijk dat hij de diefstal had gepleegd. Eiser trok zijn bekentenis later in, maar dit werd niet als geloofwaardig beoordeeld.
Het UWV weigerde daarop de WW-uitkering blijvend geheel omdat eiser verwijtbaar werkloos was geworden. Eiser stelde dat de strafrechtelijke uitspraak moest worden afgewacht en dat er geen doorslaggevend bewijs was. De rechtbank oordeelde dat het bestuursrecht niet gebonden is aan strafrechtelijke bewijsregels en dat het UWV een zelfstandige afweging mag maken.
De rechtbank vond dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos worden is ongegrond verklaard.