ECLI:NL:RBROT:2008:BC6023
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.M. Van Klaveren
- De Winkel
- Zwaneveld
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voorwaardelijk opzet bij voorbereidingshandelingen productie MDMA door tussenpersoon
De rechtbank Rotterdam heeft op 5 maart 2008 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die als directeur van een schildersbedrijf 10.000 liter aceton bestelde en verkocht aan onbekende afnemers. De transactie was hoogst ongebruikelijk en verdacht, mede doordat de aceton vermoedelijk bestemd was voor de productie van MDMA. Ondanks ontkenning van de verdachte dat hij op de hoogte was van het doel, concludeerde de rechtbank dat hij zich willens en wetens blootstelde aan de aanmerkelijke kans dat de aceton voor de productie van MDMA zou worden gebruikt, waarmee sprake is van voorwaardelijk opzet.
De verdachte werd gewaarschuwd door de leverancier dat aceton gebruikt kan worden voor synthetische drugsproductie en zijn zoon vond op internet bevestiging hiervan. De verdachte handelde als tussenpersoon en was niet betrokken bij de eigenlijke productie. De rechtbank hield rekening met zijn rol en het ontbreken van eerdere veroordelingen bij de strafoplegging.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een geldboete van €5.000,-, te vervangen door 55 dagen hechtenis bij niet-betaling. De redelijke termijn was overschreden, wat in het voordeel van de verdachte werd meegewogen. De raadsvrouw had vrijspraak bepleit wegens gebrek aan bewijs van opzet, maar dit werd verworpen op basis van de feiten en omstandigheden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €5.000,- wegens voorbereidingshandelingen met voorwaardelijk opzet gericht op productie van MDMA.