ECLI:NL:RBROT:2008:BC6115
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens paulianeuze betalingen en benadeling crediteuren
De curator in het faillissement van Bouwbedrijf vordert vernietiging van betalingen aan Beheer, verricht in de periode januari-februari 2004, omdat deze betalingen de overige schuldeisers benadelen en paulianeus zijn op grond van de Faillissementswet. Tevens stelt de curator dat de bestuurder van Beheer, tevens aandeelhouder en bestuurder van Bouwbedrijf, onrechtmatig heeft gehandeld door het belang van Beheer boven dat van Bouwbedrijf en diens schuldeisers te stellen.
De rechtbank constateert dat de betalingen binnen een jaar voor het faillissement van Bouwbedrijf zijn verricht en dat op grond van artikel 43 lid 1 sub Pro 5 Fw een vermoeden bestaat dat beide rechtspersonen wisten of behoorden te weten dat deze betalingen tot benadeling van schuldeisers zouden leiden. De bestuurder krijgt de gelegenheid tegenbewijs te leveren.
De bestuurder betwist dat de betalingen onverplicht zijn en stelt dat het ging om reguliere managementfees, huurbetalingen en een correctiebetaling. De rechtbank oordeelt dat de curator de bewijslast draagt voor het onverplicht karakter en de wetenschap omtrent de benadeling.
De rechtbank wijst het beroep op exceptio plurium litis consortium af, omdat de rechtsverhouding deelbaar is. Tot nader bewijs wordt iedere verdere beslissing aangehouden en worden getuigenverhoren gepland om het bewijs te leveren over de wetenschap en benadeling.
Het vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima en staat open voor hoger beroep zonder dat het eindvonnis hoeft te worden afgewacht.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en staat bewijslevering toe over het onverplicht karakter van betalingen en wetenschap van benadeling.