ECLI:NL:RBROT:2008:BC6160
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering vergunning financiële dienstverlener wegens strafrechtelijke antecedenten
Verzoekster, eigenaar van een eenmanszaak die financiële diensten aanbiedt, diende een vergunningaanvraag in bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Deze vergunning werd geweigerd op grond van een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling wegens uitkeringsfraude, die minder dan acht jaar geleden onherroepelijk werd. Verzoekster voerde aan dat de strafrechtelijke veroordeling onterecht was en dat zij feitelijk niet betrokken was bij de gedragingen die tot de veroordeling leidden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de betrouwbaarheidstoetsing op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) vereist dat de betrouwbaarheid van beleidsbepalers buiten twijfel staat. Artikel 15 BGfo Pro bepaalt dat een strafrechtelijke veroordeling binnen acht jaar leidt tot het niet buiten twijfel staan van de betrouwbaarheid, zonder ruimte voor belangenafweging.
Hoewel de voorzieningenrechter niet uitsloot dat artikel 15 BGfo Pro in individuele gevallen strijdig kan zijn met het verbod van willekeur, vond hij dat in deze zaak het belang van het handhaven van de integriteit van de financiële markten zwaarder woog dan het belang van verzoekster. De strafrechtelijke gedragingen werden als ernstig gekwalificeerd en de veroordelingen werden niet onterecht geacht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de vergunningaanvraag wordt afgewezen.