ECLI:NL:RBROT:2008:BC6349
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over uitleg en toepassing verzekeringsvoorwaarden bij blijvende invaliditeit na ongeval
Eiser sloot in 1979 een ongevallenverzekering af bij Allianz. Na een kop-staart-botsing in 1993 stelde een neuroloog blijvende invaliditeit vast, ondersteund door psychologisch onderzoek en arbeidsdeskundige rapporten. Eiser ontving aanvankelijk een uitkering op basis van 6% invaliditeit, maar vorderde betaling van het volledige verzekerde bedrag op grond van 100% arbeidsongeschiktheid.
Allianz betwistte de toepassing van het hogere percentage arbeidsongeschiktheid en stelde dat de invaliditeit niet uitsluitend gevolg was van het ongeval, mede vanwege persoonlijkheidskenmerken van eiser die de gevolgen zouden hebben verergerd. De rechtbank gaf een uitgebreide uitleg van de polisvoorwaarden en oordeelde dat de uitsluitingsgrond niet van toepassing is, omdat de persoonlijkheidskenmerken niet als ziekte of abnormale toestand kwalificeren.
De rechtbank concludeerde dat de blijvende invaliditeit en arbeidsongeschiktheid het directe gevolg zijn van het ongeval, waarbij het percentage arbeidsongeschiktheid van 100% als uitgangspunt dient voor de uitkering. De discussie over tijdigheid van melding en bewijsverplichtingen bleef onbesproken, en partijen werden aangemoedigd om overleg te plegen over resterende punten. De zaak werd verwezen naar een rolzitting voor nadere stukken.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser recht heeft op uitkering gebaseerd op 100% arbeidsongeschiktheid als rechtstreeks en uitsluitend gevolg van het ongeval.