ECLI:NL:RBROT:2008:BC6356
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor wanprestatie werknemer en loonvordering na ontslag op staande voet
De werknemer trad in dienst als hypotheekadviseur en adviseerde een klant over belegging van de overwaarde in haar woning. De klant maakte € 25.000 over op een privérekening van de werknemer, die dit bedrag zou beleggen. De werknemer betaalde slechts een deel terug en de klant deed aangifte van verduistering. De werkgever stelde de werknemer aansprakelijk voor wanprestatie en eiste betaling van het restantbedrag met rendement en rente.
De werknemer betwistte de aansprakelijkheid en stelde dat hij de klant slechts informeel had geadviseerd. Tevens vorderde hij loon, vakantietoeslag, provisie en een schadevergoeding wegens onterecht ontslag op staande voet. De rechtbank oordeelde dat tussen de klant en werknemer een overeenkomst tot stand was gekomen en dat de werknemer tekort was geschoten in de nakoming.
De werkgever was rechthebbende van de vordering na cessie van de klant. De rechtbank kende de werkgever betaling toe van het restantbedrag met rente, verminderd met het onbetwiste loon van de werknemer. De vordering van de werknemer wegens ontslag op staande voet werd verwezen naar de kantonrechter vanwege het arbeidsrechtelijke karakter. De proceskosten werden aan de werknemer opgelegd.
Uitkomst: Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van € 20.513,33 aan werkgever, onder verrekening van loon; arbeidsrechtelijke vordering wordt verwezen naar kantonrechter.