ECLI:NL:RBROT:2008:BC6463
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over aansprakelijkheid en schadevergoeding na brandstichting woning met verzekeringsgeschil
De zaak betreft een brand in de woning van echtgenoten die verzekerd was bij ABN AMRO en London Verzekeringen. De brand ontstond in de nacht van 9 op 10 januari 2005 terwijl het gezin op vakantie was. Uit onderzoek bleek dat de brand opzettelijk was gesticht. Strafrechtelijk werden de betrokkenen vrijgesproken van brandstichting, maar verzekeraars betwisten de aansprakelijkheid en beroepen zich op uitsluitingen wegens merkelijke schuld.
De verzekeraars vorderen betaling van gemaakte kosten en betwisten de schadevergoeding, stellende dat de brand door merkelijke schuld van de verzekeringnemer is veroorzaakt. Zij beroepen zich op specifieke polisvoorwaarden en artikel 294 WvK Pro. De verzekerden worden toegelaten tot tegenbewijs tegen de stelling van merkelijke schuld.
De rechtbank oordeelt dat de verzekeraars voorshands in het bewijs van hun stelling zijn geslaagd, maar dat de verzekerden tegenbewijs mogen leveren. Tevens wordt bepaald dat verzekeraars moeten bewijzen dat de echtgenote negatief betrokken was bij de brand of daarvan op de hoogte was. De beslissing wordt aangehouden in afwachting van bewijsvoering.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan voor nader bewijs over de negatieve betrokkenheid bij de brandstichting.