ECLI:NL:RBROT:2008:BC6657
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verkoper bedrijfspand toegewezen contractuele boete wegens niet-nakoming koopovereenkomst
In deze civiele zaak stond centraal of tussen [eiser] en Heper Bouw een koopovereenkomst tot stand was gekomen voor de aankoop van een bedrijfspand te Rotterdam. Na onderhandelingen en een bezichtiging werd overeenstemming bereikt over een koopprijs van €139.000,-- vermeerderd met BTW. Een discussie ontstond over de BTW-verrekening, waarna een gezamenlijk verzoek aan de belastingdienst werd gedaan tot verlegging van de BTW.
Heper Bouw weigerde uiteindelijk het pand af te nemen. [eiser] vorderde betaling van een contractuele boete van 10% van de koopprijs inclusief BTW (€16.541,--) en een aanvullende schadevergoeding van €14.058,40. Heper Bouw stelde dat geen geldige koopovereenkomst was gesloten, omdat de brief met het verzoek tot BTW-verlegging niet door de bevoegd bestuurder was ondertekend.
De rechtbank oordeelde dat Heper Bouw gebonden was aan de overeenkomst, omdat [vader] op grond van gedragingen en omstandigheden redelijkerwijs bevoegd mocht worden geacht te vertegenwoordigen. De koopovereenkomst was rechtsgeldig en Heper Bouw had zonder goede grond geweigerd af te nemen. De contractuele boete werd toegewezen, maar de aanvullende schadevergoeding werd afgewezen omdat deze het boetebedrag niet overschreed. Heper Bouw werd veroordeeld tot betaling van €16.541,-- vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Heper Bouw is veroordeeld tot betaling van een contractuele boete van €16.541,-- wegens niet-nakoming van de koopovereenkomst.