ECLI:NL:RBROT:2008:BC8048
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag zonder vaststaande nieuwe baan
Eiser was sinds 1996 in vaste dienst bij Correct B.V. en nam ontslag per 1 juni 2007 nadat hij had gesolliciteerd bij Centocor via een uitzendbureau. Hoewel hem mondeling was toegezegd dat hij was aangenomen, bleek later dat de functie on hold was en hij niet in dienst werd genomen. Verweerder weigerde de WW-uitkering op grond van verwijtbare werkloosheid omdat eiser zijn dienstverband beëindigde zonder dat de voortzetting ervan redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd.
Eiser stelde dat er zwaarwegende redenen waren voor zijn ontslag, zoals zijn gezinssituatie, financiële problemen en de wijziging van zijn functie bij Correct. Ook voerde hij aan dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan en dat het uitzendbureau onzorgvuldig had gehandeld. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder voldoende onderzoek had verricht, onder meer telefonisch contact met eiser en Kelly Services, en dat er geen aanleiding was om Centocor te benaderen.
De rechtbank vond dat het niet aannemelijk was dat voortzetting van het dienstverband bij Correct niet redelijkerwijs van eiser kon worden gevergd. Eiser had zelf verklaard dat het werk niet onmogelijk was en dat hij bij Correct was gebleven als hij eerder had geweten dat de nieuwe baan niet doorging. De weigering van de WW-uitkering bleef daarom in stand en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.