ECLI:NL:RBROT:2008:BC8329
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- S.W. Kuip
- A.J.P. van Essen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid in strafzaak
Verzoekster, preventief gedetineerd en verdachte in een strafzaak, verzocht om toevoeging van het onderzoek van de rijksrecherche naar politieoptreden in de nacht van 15 op 16 juni 2007 aan het strafdossier. Zij stelde dat dit onderzoek relevant was voor de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en de strafrechtelijke verantwoordelijkheid. De rechters weigerden dit verzoek, verwijzend naar een eerdere beslissing van september 2007.
Verzoekster vreesde daardoor vooringenomenheid van de rechters, mede omdat vier politieagenten inmiddels als verdachten waren aangemerkt en er nieuwe onderzoeksresultaten waren. De wrakingskamer oordeelde echter dat de volharding van de rechters bij het weigeren van toevoeging van het rijksrecherche-rapport geen zwaarwegende aanwijzing gaf voor vooringenomenheid.
De kamer benadrukte dat het niet haar taak was de inhoudelijke juistheid van de beslissing te beoordelen, maar dat de beslissing niet onbegrijpelijk was en geen schijn van vooringenomenheid wekte. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam op 1 april 2008, waarbij de voorzitter en twee rechters betrokken waren.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.