ECLI:NL:RBROT:2008:BC9758
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Zelm van Eldik
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake rechtsmacht jegens vennootschappen in België en China
In deze civiele procedure diende de rechtbank Rotterdam een bevoegdheidsincident te beoordelen betreffende de rechtsmacht ten aanzien van verschillende gedaagden. Interpolis en Squiby vorderden betaling van schadevergoeding wegens beschadiging van een zending diepvries-levensmiddelen, waarbij OOCL Benelux en OOCL Limited als vervoerders werden aangesproken.
De rechtbank stelde vast dat OOCL Benelux een Belgische vennootschap is met hoofdvestiging in Antwerpen en een bijkantoor in Rotterdam. Op grond van de EEX-Verordening (art. 60) heeft OOCL Benelux haar woonplaats in België, waardoor de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft ten aanzien van OOCL Benelux. De vorderingen tegen deze partij werden daarom afgewezen.
Ten aanzien van OOCL Limited, gevestigd in Hong Kong, China, was de EEX-Verordening niet van toepassing. De rechtbank oordeelde dat zij rechtsmacht heeft op grond van art. 767 Rv Pro, omdat Interpolis conservatoir derdenbeslag had gelegd op gelden en goederen van OOCL Limited die zich bij OOCL Benelux in Rotterdam bevonden. Er waren geen aanwijzingen voor misbruik van dit beslag. De vordering tegen OOCL Limited werd daarom toegelaten voor verdere behandeling.
De vorderingen van Squiby tegen OOCL Limited konden niet op grond van art. 767 Rv Pro of art. 9 Rv Pro worden toegewezen, omdat de Nederlandse rechter niet bevoegd was en het onaanvaardbaar was om Squiby te verplichten de zaak in Nederland te behandelen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd jegens OOCL Benelux en bevoegd jegens OOCL Limited op grond van art. 767 Rv.