ECLI:NL:RBROT:2008:BC9771
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.N. van Zelm van Eldik
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid vervoerder voor besmetting rijstzending onder cognossement
De rechtbank Rotterdam heeft op 9 april 2008 uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen AIG c.s. als eisers en Antimachos Shipping Co. Ltd. als gedaagde. Het geschil betreft een zending rijst van bijna 981 ton die op 31 augustus 2002 in Darrow, Louisiana, door Antimachos in ontvangst is genomen voor vervoer naar Rotterdam. Na aankomst werd vastgesteld dat de rijst besmet was met levende insecten, wat leidde tot een schadeclaim.
AIG c.s. vordert betaling van schadevergoeding, stellende dat de besmetting tijdens het vervoer is ontstaan en dat Antimachos als vervoerder aansprakelijk is. Antimachos betwist aansprakelijkheid en stelt dat de besmetting het gevolg is van een eigen gebrek dat al vóór inlading aanwezig was, waardoor zij is vrijgesteld op grond van de US Cogsa. Tevens wordt de vorderingsgerechtigdheid betwist.
De rechtbank stelt vast dat DE als rechtmatige cognossementhouder wordt beschouwd en dat de US Cogsa van toepassing is. Uit onderzoek blijkt dat de besmetting waarschijnlijk al vóór of tijdens de inlading aanwezig was, en dat de larven niet zichtbaar waren bij inspectie. De rechtbank oordeelt dat het onvoldoende duidelijk is dat de schade aan boord is ontstaan en legt de bewijslast bij AIG c.s. om aan te tonen dat de zending bij ontvangst in gezonde, vervoersgeschikte staat verkeerde. De rechtbank staat AIG c.s. toe bewijs te leveren, onder meer door getuigen te horen.
De uitspraak bevat ook een incidentele vordering tot afgifte van een afschrift van het cognossement, welke door de rechtbank wordt afgewezen omdat het document reeds in het bezit van AIG c.s. is. Het vonnis is gewezen door mr A.N. van Zelm van Eldik en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Rechtbank staat eisers toe bewijs te leveren dat zending bij ontvangst vervoersgeschikt was en wijst incidentele vordering tot afgifte cognossement af.