ECLI:NL:RBROT:2008:BD0621
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Van Boven
- Melkert
- Van Dijke
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid officier van justitie in hoger beroep tegen weigering bevel tot bewaring
Op 29 februari 2008 werd de verdachte aangehouden en in verzekering gesteld. De rechter-commissaris weigerde op 3 maart 2008 de vordering tot inbewaringstelling van de officier van justitie in behandeling te nemen vanwege het niet tijdig aanleveren van het dossier volgens werkafspraken.
De officier van justitie stelde hiertegen hoger beroep in. De rechtbank oordeelde dat het Wetboek van Strafvordering geen rechtsingang biedt voor toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling door de rechter-commissaris, waardoor het hoger beroep op dat punt niet-ontvankelijk is. Voor het overige werd het hoger beroep ontvankelijk verklaard en gegrond bevonden.
De rechtbank stelde vast dat er ernstige bezwaren tegen de verdachte zijn en dat er een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid bestaat die onmiddellijke vrijheidsbeneming rechtvaardigt. De verdachte is recent onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke misdrijven, is verslaafd aan verdovende middelen en onderhoudt deze verslaving door het plegen van strafbare feiten.
Daarom verleende de rechtbank een bevel tot bewaring voor veertien dagen en wees het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, omdat het strafvorderlijk belang zwaarder woog dan het persoonlijk belang van de verdachte. De beslissing werd genomen door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Rotterdam op 25 april 2008.
Uitkomst: De rechtbank verleent een bevel tot bewaring voor veertien dagen en wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.