ECLI:NL:RBROT:2008:BD1389
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Mentink
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling kredietbedrag en kredietvergoeding afgewezen verweren niet gegrond
De zaak betreft een vordering van Crediet Maatschappij De IJssel B.V. tegen een gedaagde die een doorlopende kredietovereenkomst met De IJssel had gesloten. De gedaagde was in gebreke gebleven met het betalen van de kredietvergoeding en het openstaande bedrag.
De gedaagde voerde verweren aan zoals nietigheid van de kredietovereenkomst wegens koppelverkoop, het ontbreken van een vergunning van De IJssel, en schending van wettelijke bepalingen omtrent kredietverstrekking. Tevens stelde zij dat De IJssel haar krediet had verstrekt terwijl zij wist dat zij niet aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen.
De rechtbank oordeelde dat de verweren onvoldoende feitelijk waren onderbouwd of door bewijs ondersteund. De koppeling met de aankoop van bomen via een derde partij kon niet aan De IJssel worden toegerekend. De IJssel beschikte over de vereiste vergunning en had voldoende informatie ingewonnen over de financiële positie van de gedaagde.
Ook de stellingen over het verlies van baan en psychische problemen waren niet voldoende onderbouwd om de kredietovereenkomst te vernietigen. De rechtbank wees de verweren af en veroordeelde de gedaagde tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met de kredietvergoeding, en in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het kredietbedrag en kredietvergoeding aan De IJssel en in de proceskosten.