ECLI:NL:RBROT:2008:BD1791
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. de Gans
- H. van den Heuvel
- J. van den Bos
- Rechtspraak.nl
Disciplinair ontslag jongerenwerker wegens verboden wapenbezit evenredig
Eiser, een jeugd- en jongerenwerker, werd door verweerder op grond van artikel 8:13 CAR Pro/UWO disciplinair ontslagen vanwege het bezit van een verboden vuurwapen met munitie. Na bezwaar en een voorlopige voorziening die werd afgewezen, werd het beroep bij de rechtbank behandeld.
De rechtbank overweegt dat het verboden wapenbezit een ernstig plichtsverzuim vormt, zeker gelet op de voorbeeldfunctie van eiser. Tussen de koop en aflevering van het wapen was voldoende tijd voor eiser om de gevolgen te overzien en af te zien van de koop. Ook na de aankoop heeft eiser het wapen langere tijd onder zich gehad, waardoor hij telkens opnieuw kon afwegen of hij het wapen wilde behouden.
Eiser voerde verzachtende omstandigheden aan, waaronder een eerdere traumatische ervaring, depressie en berouw, alsmede het gelijkheidsbeginsel omdat andere betrokkenen milder waren gestraft. De rechtbank verwerpt deze verweren, oordeelt dat het plichtsverzuim volledig toerekenbaar is en dat de opgelegde straf niet onevenredig is. De zwaarste disciplinaire maatregel is passend gezien de ernst van het vergrijp en de integriteitseisen aan de functie.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het disciplinaire ontslag wegens verboden wapenbezit wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft in stand.