ECLI:NL:RBROT:2008:BD1829
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting betaling meerwerk verlichtingsinstallatie en ondeugdelijk werk in nieuwbouw
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen een elektrotechnisch installatiebedrijf en een scheepsbouwbedrijf over betaling van meerwerkfacturen voor verlichtingswerkzaamheden in een nieuwbouwproject. De opdrachtgever betwistte dat een vaste prijs was overeengekomen en stelde dat de aannemer geen voorafgaande offerte had uitgebracht voor de meerkosten, terwijl de aannemer stelde dat een redelijke prijs verschuldigd was op grond van een nieuwe overeenkomst.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van contractsoverneming maar van een nieuwe overeenkomst tussen partijen voor de verlichtingswerkzaamheden, waarbij het bestek niet van toepassing was. De aannemer had de armaturen geleverd en gemonteerd na goedkeuring van de opdrachtgever, die het werk had aanvaard zonder protest. De prijs werd vastgesteld op basis van nacalculatie met gangbare branche tarieven, wat redelijk werd geacht.
De opdrachtgever voerde tevens een reconventionele vordering in wegens ondeugdelijk werk en herstelkosten, maar de rechtbank stelde vast dat de klachten niet tijdig waren gemeld en dat de aannemer daarom niet aansprakelijk was voor de herstelkosten. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen. De rechtbank wees de hoofdeis tot betaling van het meerwerk toe onder aftrek van reeds betaalde bedragen en met wettelijke rente vanaf de vervaldatum.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling van het meerwerk toe en wijst de vordering tot schadevergoeding wegens gebreken af.