ECLI:NL:RBROT:2008:BD1831
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boekhouder handelde frauduleus; betaling aan derde niet bevrijdend voor schuldenaar
In deze civiele procedure vordert Bos betaling van €159.788,- vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten van [gedaagde]. De kern van het geschil betreft betalingen die [gedaagde] aan de boekhouder van Bos heeft gedaan, welke boekhouder deze bedragen contant aan zichzelf terugbetaalde. Bos stelt dat deze betalingen onverschuldigd zijn en vordert terugbetaling.
De rechtbank oordeelt dat de boekhouder, gezien zijn fraude-oogmerk, niet namens Bos handelde bij het ontvangen van de contante betalingen. Er was geen schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid jegens [gedaagde]. Hoewel de boekhouder bevoegd was om girale betalingen namens Bos te verrichten, betekent dit niet dat contante betalingen aan hem bevrijdend waren voor [gedaagde].
[gedaagde] had de zorg moeten betrachten dat zijn betaling daadwerkelijk aan Bos werd gedaan. Betaling aan een derde is slechts bevrijdend indien die derde bevoegd was of de rechthebbende de betaling heeft bekrachtigd, wat hier niet het geval was. Verder faalt het verweer van [gedaagde] dat betalingen aan de Staat in mindering moeten worden gebracht op de vordering van Bos.
De rechtbank wijst de vordering van Bos tot terugbetaling van €159.788,- toe, met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, wijst de vordering tot vergoeding van kosten voor vaststelling van schade af, en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van proceskosten. De vordering wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot terugbetaling van €159.788,- met wettelijke rente en proceskosten.