ECLI:NL:RBROT:2008:BD2348
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Overschrijding redelijke termijn en immateriële schadevergoeding bij intrekking conversietoeslag arbeidsongeschiktheidsuitkering
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om haar conversietoeslag op de WAO-conforme arbeidsongeschiktheidsuitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1996 in te trekken. De toeslag was toegekend om het uitkeringsniveau gelijkwaardig te houden aan dat van 31 december 1995. Verweerder stelde dat de toeslag onterecht was toegekend en dat intrekking gerechtvaardigd was op grond van wettelijke bepalingen en jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat het intrekken van de toeslag een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, waartegen bezwaar en beroep openstaan. Hoewel verweerder het besluit onvoldoende motiveerde, was het intrekken van de toeslag op zich toegestaan. De rechtbank stelde vast dat het uitkeringsniveau van eiseres na intrekking lager was dan het niveau van 31 december 1995, maar dat dit niet in strijd was met de wetgeving, omdat geen recht bestond op een uitkering gelijk aan 100% van de grondslag.
Verder concludeerde de rechtbank dat de redelijke termijn voor besluitvorming was overschreden, omdat het geschil over de toeslag pas vanaf 1 februari 2003 bestond en de uitspraak pas in mei 2008 volgde. Daarom werd verweerder veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van € 3.000. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek, immateriële schadevergoeding van € 3.000 toegekend en proceskosten vergoed.