ECLI:NL:RBROT:2008:BD3190
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Zelm van Eldik
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs bezorging stuitingsbrieven in Bagdad
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of twee stuitingsbrieven van eiseres daadwerkelijk waren bezorgd bij het hoofdkantoor van gedaagde in Bagdad. Eiseres stelde dat haar agent Modern Trade Agencies de brieven had bezorgd via een ingeschakelde koerier. De rechtbank heeft getuigen gehoord, waaronder de koerier en een hoofd internationale betrekkingen van gedaagde.
De koerier verklaarde dat hij de brieven persoonlijk had afgeleverd bij de receptie van gedaagde in Bagdad, maar ontkende kennis van Modern Trade Agencies. Hij gaf aan dat ontvangstbewijzen geweigerd werden volgens interne regels. De verklaring van de koerier en de bevestigingsbrieven die hij opstelde, werden echter als onvoldoende geloofwaardig beoordeeld, mede vanwege inconsistenties en het ontbreken van facturen.
De getuige van gedaagde verklaarde dat internationale zaken niet op de Main Branch werden behandeld, maar op het hoofdkantoor, en dat de brieven bij de Main Branch zouden zijn doorgestuurd. Zij had de brieven bij het verhoor voor het eerst gezien en zou deze zeker hebben beantwoord indien ontvangen. Er was geen sprake van een beleid om ontvangstbewijzen te weigeren.
De rechtbank concludeerde dat niet is bewezen dat de stuitingsbrieven door gedaagde zijn ontvangen. Hierdoor is de vordering van eiseres verjaard en wordt deze afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, met een gedeeltelijke aftrek op het procureurssalaris vanwege een eerder incident. De getuigentaxe werd vastgesteld op nihil, en de kosten van de tolk werden meegenomen in de kostenveroordeling.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ontvangst van stuitingsbrieven door gedaagde.