ECLI:NL:RBROT:2008:BD3208
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot uithuisplaatsing ongeboren kind met moeder
De raad voor de kinderbescherming heeft op 30 mei 2008 een verzoek ingediend tot het verkrijgen van een spoedmachtiging voor uithuisplaatsing van het ongeboren kind samen met de moeder in een voorziening voor residentiële hulp voor drie maanden. Subsidiair werd verzocht om uithuisplaatsing van het kind in een pleegzorgvoorziening direct na de geboorte voor dezelfde periode.
De rechtbank Rotterdam heeft het primaire verzoek afgewezen omdat een dergelijke maatregel neerkomt op een vrijheidbenemende of -beperkende maatregel voor de moeder, waarvoor geen wettelijke grondslag bestaat in relatie tot een ongeboren kind. Ook het subsidiaire verzoek werd afgewezen omdat het fysiek onmogelijk is om een kind ten tijde van de geboorte uit huis te plaatsen.
De rechtbank wees de raad erop dat na de geboorte van het kind opnieuw een verzoek tot uithuisplaatsing kan worden ingediend. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open, dat binnen drie maanden door een advocaat moet worden ingesteld.
Uitkomst: Verzoek tot uithuisplaatsing van het ongeboren kind met de moeder wordt afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag en fysieke onmogelijkheid.