ECLI:NL:RBROT:2008:BD3916
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Asscheman-Versluis
- Van der Stroom
- Vogels
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen op kinderboerderij
De rechtbank Rotterdam behandelde op 9 mei 2008 de zaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een meisje van vijf jaar op een kinderboerderij waar hij als vrijwilliger werkte. De officier van justitie baseerde haar eis op de aangifte van de moeder en het studioverhoor van het meisje, alsmede op verklaringen van medewerkers en de verdachte zelf.
De verdachte ontkende de ontuchtige handelingen en verklaarde dat hij per ongeluk het meisje tussen haar benen had aangeraakt toen zij was gestruikeld. Hij ontkende ook dat hij haar had gevraagd haar broek uit te doen of haar had bedreigd om te zwijgen. De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de verdachte wisselden en vanwege zijn verstandelijke handicap niet betrouwbaar waren. Ook was de verklaring van het meisje inconsistent en mogelijk beïnvloed.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Er waren geen onafhankelijke getuigen of andere bewijsstukken die de beschuldigingen ondersteunden. Het psychologisch rapport toonde geen aanwijzingen voor een pedoseksuele stoornis bij de verdachte. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.