ECLI:NL:RBROT:2008:BD4029
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op onvoorziene omstandigheden in koopovereenkomst landbouwgrond met bestemmingswijziging
Partijen sloten op 12 januari 2006 een koopovereenkomst waarbij landbouwgrond en glasopstanden werden verkocht, met een side-letter waarin een recht van koop op de woning en uitgesloten delen werd vastgelegd. De koper en Hoge Weide stelden dat zij bij het sluiten van de overeenkomst uitgingen van een gedoogbeleid dat geen definitieve burgerbestemming van de woning zou toestaan. Na vaststelling van de Westlandse criteria door de provincie ontstond echter de mogelijkheid dat een definitieve burgerbestemming verkregen kon worden, wat volgens de kopers onvoorziene omstandigheden vormde.
De rechtbank oordeelde dat ook als de Westlandse criteria onvoorzien waren, kopers in artikel 17 lid 4 van Pro de koopovereenkomst uitdrukkelijk hadden toegezegd geen bezwaar te maken tegen een bestemmingswijziging. Hiermee hadden zij het risico van een dergelijke wijziging aanvaard. De gewijzigde regelgeving en gemeentelijk beleid zijn algemene risico's die voor rekening van kopers komen. De vorderingen tot wijziging of ontbinding van de koopovereenkomst worden daarom afgewezen.
In reconventie vorderde de verkoper een boete wegens verzuim van kopers, maar deze vordering werd eveneens afgewezen omdat vertragingen in de levering aan beide partijen konden worden toegerekend. De subsidiaire vordering tot ontbinding werd niet beoordeeld omdat de voorwaarden daarvoor niet waren vervuld. De proceskosten in conventie werden aan kopers opgelegd, in reconventie werden de kosten gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep op onvoorziene omstandigheden af en veroordeelt kopers in de proceskosten; de boetevordering van verkoper wordt afgewezen.