ECLI:NL:RBROT:2008:BD4056
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak commanditair vennoot op waardestijging onroerende zaken bij liquidatie C.V.
In deze civiele zaak stond centraal of eiseres, commanditair vennoot in een commanditaire vennootschap (C.V.), aanspraak kon maken op een derde deel van de waardeontwikkeling van de in de C.V. ingebracht onroerende zaken. De rechtbank heeft voorshands bewezen geacht dat eiseres op grond van afzonderlijke afspraken aanspraak had op dit deel, maar gedaagden mochten tegenbewijs leveren.
De getuigenverklaringen van notaris en vennoten leverden onvoldoende steun voor het bestaan van afzonderlijke afspraken over een deelgerechtigdheid in de waardestijging van het onroerend goed. De rechtbank concludeerde dat het tegenbewijs was geleverd en dat het vermoeden van een dergelijk recht niet stand hield. Ook de uittredingsakte uit 1992 en de conceptakte uit 1984 boden geen aanknopingspunten voor een afzonderlijke aanspraak.
De rechtbank wees de vordering van eiseres in conventie af en veroordeelde haar in de proceskosten. In reconventie werd eiseres gerechtigd verklaard tot 12,5% van het liquidatiesaldo inclusief het onroerend goed en veroordeeld tot betaling van € 38.703,-- plus wettelijke rente aan gedaagden. De rechtbank achtte het verschil in behandeling van waardestijgingen bij uittreden en liquidatie niet onredelijk gezien de verschillende posities van beherend en commanditair vennoten.
De uitspraak bevestigt dat de waardestijging van onroerende zaken binnen een C.V. bij liquidatie als onderdeel van het totale liquidatiesaldo wordt verdeeld en niet als een afzonderlijk deelrecht toekomt aan commanditaire vennoten.
Uitkomst: Eiseres heeft geen afzonderlijk recht op een derde deel van de waardestijging van onroerende zaken; zij is gerechtigd tot 12,5% van het liquidatiesaldo inclusief onroerend goed.