ECLI:NL:RBROT:2008:BD4107
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Nifterick
- Hofmeijer-Rutten
- Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens schijn van partijdigheid rechter bij preliminair verweer
In deze zaak heeft de verdediging een preliminair verweer gevoerd op een pro forma zitting van 27 maart 2008, waarbij de rechtbank zich terugtrok voor beraad maar geen beslissing nam, hoewel de voorzitter aangaf dat de redenering van de verdediging juist was. Bij de inhoudelijke behandeling op 16 juni 2008 werd hetzelfde verweer opnieuw gevoerd, maar nu ongegrond verklaard.
De verdediging vreesde hierdoor een vooringenomenheid van de rechter, omdat onder gelijke omstandigheden en met betrekking tot hetzelfde verweer twee verschillende uitspraken werden gedaan, terwijl de wet een gesloten systeem kent voor beslissingen op preliminaire verweren. De rechtbank stelde dat de beslissing op het verweer op 27 maart 2008 werd uitgesteld om proces-economische redenen en niet om het Openbaar Ministerie ruimte te geven de tenlastelegging te wijzigen.
De wrakingskamer oordeelde dat deze gang van zaken zozeer afweek van wat redelijkerwijs verwacht mocht worden, dat er een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid bestond. Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen en de rechter gewraakt.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt toegewezen wegens een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.