ECLI:NL:RBROT:2008:BD4112
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsgeschil over verzwijging van branden en eerdere opzeggingen bij bedrijfspolis
De zaak betreft een geschil tussen eiser en ABN AMRO Schadeverzekeringen over de vraag of eiser relevante feiten, namelijk twee branden en eerdere opzeggingen van verzekeringen door Interpolis en Univé, heeft verzwegen bij het sluiten van een bedrijfspolis.
Tijdens het getuigenverhoor verklaarden zowel medewerkers van ABN AMRO als eiser zelf over de communicatie omtrent deze feiten. De medewerkers verklaarden dat eiser slechts één brand had gemeld en niets over eerdere opzeggingen, terwijl eiser stelde dat hij hierover wel had geïnformeerd. De rechtbank acht de verklaringen van de medewerkers betrouwbaarder en concludeert dat eiser de twee branden en eerdere opzeggingen heeft verzwegen.
De rechtbank toetst vervolgens of deze verzwijging ABN AMRO Schadeverzekeringen het recht geeft een beroep te doen op artikel 251 K, dat vereist dat de verzekeraar aannemelijk maakt dat een redelijk handelend verzekeraar de verzekering niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten bij juiste kennis van zaken. De rechtbank acht dit voorshands aannemelijk en wijst het betoog van eiser dat dit in strijd is met redelijkheid en billijkheid af.
De rechtbank geeft eiser de gelegenheid om aan te geven of hij een deskundige wil laten benoemen om het acceptatiebeleid van een redelijk handelend verzekeraar te toetsen. Indien eiser dit niet wenst, zal zijn vordering worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser relevante feiten heeft verzwegen en stelt eiser in de gelegenheid om te beslissen over een deskundigenonderzoek; bij niet-handhaving van het verweer wordt de vordering afgewezen.