ECLI:NL:RBROT:2008:BD5626
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst en vergoeding wegens beëindiging dienstverband bij start-up biobrandstoffenbedrijf
Een werknemer was sinds juli 2007 in dienst bij GRR B.V., een start-up in biobrandstoffen. Door financiële problemen en aandeelhoudersconflicten werd besloten het bedrijf te sluiten. De werkgever bood een beëindigingsovereenkomst aan, die de werknemer niet accepteerde. Vervolgens werd een ontslagaanvraag ingediend bij de CWI, die toestemming gaf voor opzegging.
De werknemer verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een vergoeding van €125.000, wegens slecht werkgeverschap en reputatieschade. De werkgever stelde dat het om bedrijfseconomische redenen ging en bood een vergoeding van circa vijf maanden salaris aan.
De kantonrechter oordeelde dat de beëindiging voor risico van de werkgever komt, maar dat de aangeboden vergoeding redelijk was, doch te laag voor de functie en omstandigheden. Er werd een vergoeding van €42.000 toegekend. De kantonrechter wees een vergoeding voor juridische kosten af, behalve het vast recht. Beide partijen zagen af van intrekking van hun verzoeken, zodat de ontbinding definitief werd uitgesproken.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 30 juni 2008 met een vergoeding van €42.000 aan de werknemer.