ECLI:NL:RBROT:2008:BD6214
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Mul
- De Vreede
- Visser
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer van 3000 kg hasj en bezit munitie
De rechtbank Rotterdam heeft op 2 juli 2008 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van invoer van 3000 kilogram hasj, het voorhanden hebben van 1 kilogram hasj en het bezit van munitie. De feiten vonden plaats tussen maart 2005 en juli 2005, waarbij de hasj werd verborgen in een container met sesamzaad en via meerdere landen naar Nederland werd vervoerd.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat de termijn inderdaad was overschreden, mede door langdurige beslagen op goederen van verdachte en het niet behandelen van een klaagschrift, maar dat dit niet tot niet-ontvankelijkheid leidde. De termijnoverschrijding werd meegenomen in de strafoplegging.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleger was van de invoer van de hasj en opzettelijk de hasj en munitie in zijn woning had. De strafbaarheid van de feiten werd vastgesteld en de ernst van de feiten, waaronder de grote hoeveelheid drugs en de aanwezigheid van munitie, leidde tot een geldboete van €45.000,-, die bij niet-betaling werd vervangen door 255 dagen hechtenis.
Het beslag op een geldbedrag van €4.895,- werd opgeheven. De rechtbank nam ook het ontbreken van eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten mee in de strafmotivering. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, met Mul als voorzitter en De Vreede en Visser als rechters.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €45.000,-, vervangbaar door 255 dagen hechtenis wegens medeplegen invoer van 3000 kg hasj en bezit munitie.