ECLI:NL:RBROT:2008:BD6775
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Breevoort-de Bruin
- Sikkel
- Trotman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord en doodslag, veroordeling voor onttrekken lijk aan nasporing
De rechtbank Rotterdam sprak de verdachte vrij van de tenlastegelegde moord, doodslag en dood door schuld omdat geen doodsoorzaak kon worden vastgesteld die het gebruik van GHB en andere middelen als oorzaak van het overlijden van het slachtoffer aannemelijk maakte. Ondanks het algemene risico van GHB in combinatie met alcohol en drugs, ontbrak het aan bewijs voor een causaal verband in deze zaak.
Wel werd bewezen verklaard dat de verdachte samen met een medeverdachte het dode lichaam van het slachtoffer heeft onttrokken aan de nasporing door het lichaam te verplaatsen, te verbergen en te begraven met het oogmerk het overlijden te verhullen. Dit leidde tot een veroordeling tot 324 dagen gevangenisstraf, waarbij de reeds door de verdachte doorgebrachte voorlopige hechtenis in mindering werd gebracht.
De rechtbank nam het rapport van het Pieter Baan Centrum mee in de beoordeling en concludeerde dat de verdachte ondanks een borderline persoonlijkheidsstoornis en middelenmisbruik toerekeningsvatbaar was. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat de verdachte vrijgesproken was van de doodsoorzaak gerelateerde feiten.
De handelwijze van de verdachte en zijn medeverdachte veroorzaakte onherstelbaar leed bij de nabestaanden door het lange tijd verbergen van het lichaam, wat door de rechtbank zwaar werd aangerekend. De straf werd gematigd vanwege de spijtbetuiging en het ontbreken van eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord en doodslag, veroordeeld tot 324 dagen gevangenisstraf voor onttrekken lijk aan nasporing.