ECLI:NL:RBROT:2008:BD6925
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens onjuiste informatie aan potentiële aandeelhouder
De rechtbank Rotterdam behandelt een civiele procedure waarin eiseres [eiseres] stelt dat gedaagde bestuurder [gedaagde2] haar onjuiste financiële informatie heeft verstrekt voorafgaand aan haar investering in de vennootschap [gedaagde1]. De vordering betreft vergoeding van de betaalde aandelenprijs en incassokosten. Gedaagde2 betwist de grondslag en stelt dat eiseres bekend was met de financiële situatie en dat de prijs niet langer aansloot bij de waarde van de vennootschap.
De rechtbank overweegt dat aansprakelijkheid van de bestuurder alleen aan de orde is bij een ernstig verwijt, namelijk het bewust verstrekken van onjuiste of misleidende financiële stukken zonder de potentiële aandeelhouder hierover te informeren. De bewijsopdracht rust op eiseres om aan te tonen dat haar participatie uitsluitend op de onjuiste cijfers van 8 januari 2002 was gebaseerd. Indien zij hierin slaagt, is gedaagde2 onrechtmatig jegens haar gehandeld en aansprakelijk voor de schade.
Daarnaast behandelt de rechtbank de reconventionele vorderingen van gedaagden wegens onrechtmatig wegnemen van goederen door eiseres uit de winkel van [gedaagde1] en de beëindiging van de samenwerking. Eiseres wordt aansprakelijk gehouden voor het wegnemen van goederen zonder toestemming, maar niet voor de overige gedaagden. De rechtbank stelt partijen in de gelegenheid zich nader uit te laten over de beëindiging van de samenwerking en de omvang van de schade.
De procedure wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en beoordeling, met het advies aan partijen om een minnelijke regeling te treffen gezien de faillissementen en de onzekerheid over de schadeomvang.
Uitkomst: De rechtbank wijst de zaak aan voor nadere bewijslevering en houdt verdere beslissing aan.